Toepassingen


Osteopathie kan bij veel aandoeningen toegepast worden. onder andere bij:

Huil- en spuugbaby’s

Sommige pasgeborenen en kleine kinderen neigen ernaar om meer te huilen dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. Het huilen en spugen van baby’s wordt vaak geïnterpreteerd als stoornis van het maagdarmkanaal en vaak als darmkrampjes aangemerkt. Een osteopaat zoekt de oorzaak in de disbalans tussen structuren.

Vaak worden asymetrieën en compressies van schedel en wervelkolom vastgesteld of verminderde glijvlakken van de buikorganen.

Astma

Voor de behandeling van astma onderzoekt de osteopaat niet alleen de direct getroffen gebieden, zoals de borstkas met de longen, het middenrif en de wervels, maar het totale lichaam van de schedelbasis tot aan het bekken om mogelijke functiestoornissen te lokaliseren en op te lossen.

Astma kan bijvoorbeeld ontstaan op basis van slecht functionerende darmslijmvliezen. Deze samenhang heeft een embryologische oorsprong. De longen groeien feitelijk uit de darmen in de vroege ontwikkeling van een embryo. Veranderingen van de darmslijmvliezen kunnen neurologisch of hormonaal in de loop van de tijd ook de longslijmvliezen veranderen en het ontstaan van astma bevorderen.  Een meer mechanische benadering kan zijn dat de darmen teveel zijn opgeblazen, dan drukken ze het middenrif omhoog en beïnvloeden zo de longfunctie. Is er te weinig spanning in de darmen, dan daalt het midderif te ver en worden de longen uitgerekt. Zo kunnen longproblemen zoals asma versterkt worden.

Osteopathische behandeling gedurende de zwangerschap

Wanneer een osteopaat een zwangere vrouw behandelt, zal hij meestal de statiek corrigeren zodat het bekken, de wervelkolom en de inwendige organen niet onnodig belast worden. Een osteopaat kan in het algemeen voor een goede beweeglijkheid en harmonie van de botten, de fasciën, het middenrif en de spieren kunnen zorgen.

Hoofdpijn

De meest voorkomende oorzaak voor de hoofdpijn ligt in een gebrekkige doorbloeding van de hersenen. De osteopaat zal het hoofd nauwkeurig onderzoeken. Hij zal de schedelnaden, de gewrichten naar de nekwervels en kaak, de schedelbasis en de spanning van de duramater (hersenvlies) onderzoeken. ook al wordt de pijn vooral in het hoofd gevoeld, de osteopaat zal het totale lichaam in al zijn facetten onderzoeken.

Lage rugpijn

Vrijwel alle pijnen die zich in de lage rug voordoen, worden onder de term lage rugpijn samengevat. Hiertoe behoren de blokkeringen van het zogenaamde SI-gewricht, ischias, de vage rugpijn en lumbago (spit). De oorzaak die aan dergelijke pijnen ten grondslag liggen zijn zeer verschillend.

Spierspanningen, spierspasmen en blokkeringen oplossen kan helpen maar is vaak niet afdoende om de achterliggende oorzaak aan te pakken. Door de totale aanpak en zijn diepgaande anatomische kennis kan de osteopaat deze oorzaak wel verhelpen. Zijn kennis en aanpak reiken verder dan het bewegingsapparaat.

Schouder- en nekklachten

Voor problemen ter hoogte van schouders en de nek moeten veel verschillende oorzaken in beschouwing worden genomen. Hiertoe behoren zowel een gespannen hals, een gebroken sleutelbeen als een schouder die uit de kom is geweest. Vaak hebben mensen ook schouder en nekklachten terwijl de oorzaak niet traumatisch is. Bijvoorbeeld mensen die veel aan een bureau werken of de hele dag voor de computer zitten. Wanneer zij klachten hebben, klagen ze meestal over hoofdpijn, gespannen nekspieren, tintelende handen, duizeligheid of problemen bij het slikken. De schouder- en nekpartij zijn met de hals- en borstwervelkolom verbonden. Dit is een zeer beweeglijk gebied waarbij de schoudergordel vanwege zijn complexe systeem van botten, gewrichten, spieren en banden relatief gevoelig kan reageren. Al deze gebieden werken samen en beïnvloeden elkaar wederzijds. Functionele stoornissen in één bereik kunnen sypmptomen in een ander bereik veroorzaken. De osteopaat onderzoekt deze samenhang en zal zijn behandeling hierop aanpassen.

Whiplash

Bij een whiplash heb je onder andere te maken met een verrekking van de banden van de halswervelkolom. De halswervelkolom verliest zo zijn stabiliteit, de hals- en nekspieren passen zich aan deze verloren stabiliteit aan door aan te spannen. Het gevolg is een constante spanning en minder bewegelijkheid waardoor verschillende andere structuren ook worden beïnvloed. Niet alleen hoofd- en halsspieren zijn hierbij betrokken , maar ook fascieën, spieren en banden die voor delen van het adem- en het slikmechanisme verantwoordelijk zijn en hun oorsprong bij de schedelbasis hebben. Ook de slokdarm, de maag en het hart kunnen hierbij betrokken zijn omdat ze met fasciën de spanningen goed geleiden.